Ontwikkeling
Lieveheersbeestjes doorlopen tijdens hun leven vier stadia:
ei -
larve -
pop en
volwassen kever.
Daarin verschillen ze niet van andere kevers, en van alle insecten met volledige metamorfose.
Bij larven kun je dan weer vijf larvenstadia onderscheiden:
Pas uit het ei spreek je van
eerste instar of
larvenfase.
Nadat de larve
een keer vervelt, heet het
2e larvenfase (Instar II),
na de
tweede vervelling Instar III,
na
een derde vervelling Instar IV of
4e larvenfase.
Wanneer de larve zich
voorbereidt om te gaan verpoppen, langzaam wordt en geen voedsel meer opneemt, spreek je van
prepop.
Wij hebben de ontwikkeling van een aantal soorten gevolgd en u vindt hier de fotoseries die dat opleverde:
Veel soorten doen een jaar over de complete levenscyclus. De eitjes vind je in het voorjaar of in de vroege zomer.
De larven ontwikkelen zich dan gedurende de volgende maand en de nieuwe generatie verschijnt in de zomer.
Deze nieuwe generatie plant zich pas het volgend jaar voort.
Maar er zijn ook soorten die meerdere generaties per jaar hebben.
Hoewel na een jaar het er voor de meeste lieveheersbeestjes op zit, komt het ook wel voor dat ze een tweede of zelfs derde jaar meemaken.