Grootte: 1 tot 1.5 mm breedte 0.75 – 1.1 mm.
Dit is een zeer kleine soort. Het is ovaal licht gebold en zwart.
De
kop is zwart met een zeer fijne en dichte stippeling. De
antennes en de
kaaktasters zijn wat bruiner.
Het
halsschild is matzwart en fijn bestippeld.
De
dekschilden zijn zwart met een grove bestippeling, grover dan het halsschild maar minder dicht. Vrij lange grijze beharing. Vanaf het midden van de dekschilden staan de haren naar de rand gekamd.
Op de onderzijde is de beharing kort. Er is een dichte bestippeling aanwezig. De lijn loopt U-vormig tot ongeveer 2/3 van het segment om dan terug naar de voorzijde te lopen en daar ver van de zijkant de segmentrand te raken.
Bij al de poten is de
femur zwartachtig terwijl de
tibia en de
tarsen bruinrood zijn.
biotoop: op eiken, soms op linde, wilg, kers en notelaar
voedsel: Chionaspis salicis
Deze tekst is gebaseerd op de werkteksten voor een geplande veldgids van INBO/JNM ©Johan Bogaert